Het beloofde land

Het beloofde land

Vanavond zag ik Sirāt van Oliver Laxe. Daarna zette ik het journaal aan.

Op het journaal: mensen vast in Dubai. Raketten op de stad die ze jarenlang aan hun volgers hadden verkocht als het beloofde land. En nu met hun kinderen de schuilkelder in.

De Sirāt is in de islamitische traditie de brug tussen hemel en hel. Dunner dan een haar, scherper dan een zwaard. Iedereen moet erover. Hoe snel je de overkant haalt, hangt af van hoe je hebt geleefd. Laxe laat festivalgangers erover lopen zonder dat ze het weten. Ze dansen, de wereld stort in. Er zit iets hoopvols in, maar het is een hoop zonder horizon.

Dubai is dat ook. Een stad gebouwd op de afwezigheid van wrijving. Geen politiek, geen geschiedenis die je lastigvalt, geen natuur die terugslaat. Zelfs de zee is tam. Een aquarium van 51 meter breed midden in een winkelcentrum, 33.000 vissen achter glas. En die verkochten ze jarenlang aan hun volgers.

Op zaterdagavond vielen de eerste raketten op Dubai.

Ik volgde het op mijn telefoon en werd bang. Niet voor mezelf, maar voor hen. Als je ineens met je kinderen en partner de schuilkelder in moet, en je eigenlijk gewoon daar woont, een van hen bent, dan ontvalt je het enige narratief dat je had. Niet de stad. Niet de veiligheid. Het verhaal. Dus post je toch. De ernst zie je wel, in de stilte voor ze beginnen te praten. Maar het brein beschermt zichzelf tegen een werkelijkheid die te groot is om live te verwerken.

Ik zou doodsbang zijn.

Groet, Jeroen.

Door Jeroen Panders