Elders aan tafel

Over Mijn woord tegen het mijne, van Maasja Ooms

Elders aan tafel

Een man zit in een opnamestudio met een koptelefoon op. Hij luistert naar iemand die een stem inspreekt. "Ik ben de stem," klinkt het. De man schudt zijn hoofd. Iets zwaarder. "Ik ben de stem," opnieuw, een halve toon lager. De man knikt. Ja. Dit is hem.

Hij zoekt het geluid dat past bij wat alleen hij kan horen. Een auditie voor een stem in zijn hoofd. Het heeft iets absurds en iets volkomen logisch, en als kijker besef je dat je iets leert over een wereld waar je alleen via hem bij kunt. Hij is het enige kanaal. Na deze scène zien we hem nooit meer terug.

In Mijn woord tegen het mijne, de documentaire van Maasja Ooms die terecht de prijs voor beste Nederlandse documentaire op IDFA wint, volgen we vijf mensen die stemmen horen. De kracht van de film zit in de methode van psychiater Dirk Corstens, die via de stemmenhoorders in gesprek gaat met de stemmen zelf. "Wat wil je bereiken?" vraagt hij aan een stem die de hele dag kleineert. Hij luistert naar het antwoord alsof het de normaalste vraag van de wereld is. Later stimuleert hij de stemmenhoorders om zelf de regie terug te pakken. Het camerawerk is intiem en nabij, en in alles voel je het vertrouwen dat deze mensen geven om zich zo bloot te stellen. Dat verdienen ze. En vrijwel altijd blijkt hetzelfde: de stem heeft een functie.

Een van de vijf is Jamie, begin twintig, kunstacademiestudent. Hij maakt een kwetsbare indruk, maar er zit een autonomie in hoe hij naar de wereld kijkt die je aandacht vasthoudt. We zien hem verwonderd door een museum voor moderne kunst lopen en zelf zijn eerste schreden zetten in het creëren van abstracte kunst. Hij kijkt naar de wereld met een openheid die je zelden ziet. Hij hoort 19 stemmen. Ze vormen een groep met onderlinge verhoudingen, een complete sociale structuur. Een van hen, De Beschermer, beschrijft hun binnenwereld aan de psychiater. Er is recent veel veranderd, zegt ze. De wereld heeft een nieuw uiterlijk gekregen. Er staat een lange tafel waar ze met zijn allen gesprekken voeren. De Beschermer zit aan het hoofd. Jamie zelf, de drager van al die stemmen, neemt elders plaats in de groep.

Negentien stemmen, een vergadertafel, een complete sociale orde, gebouwd in een hoofd waar een sociaal leven ontbreekt.

Hij beschrijft hoe hij worstelt met wat anderen van hem denken. Hoe hij probeert te lezen wat iemand ziet als hij naar hem kijkt. Het zijn vragen die iedere puber zichzelf stelt: wie ben ik, hoor ik erbij, ben ik degene die ik wil zijn. Ik zit in die bioscoopstoel en ben even weer elf jaar oud. Een klas versneld en veel te klein voor het VWO, een kind nog tussen pubers. Ik organiseerde feesten en events voor mijn medescholieren, werkte mezelf populair, bouwde een sociale positie die groot genoeg was om te vergeten hoe klein ik me voelde. Het werkte. Diezelfde openheid waarmee hij door dat museum loopt en die abstracte kunst maakt, zet hem ook aan die tafel. Mijn feesten brachten me er doorheen. Hij neemt elders plaats.

Normaal is het woord dat we gebruiken voor de uitkomst die we herkennen. Voor het mechanisme dat werkt. Mijn feesten waren normaal. Negentien stemmen aan een vergadertafel heet waanzin. De logica erachter is dezelfde.

Een 62-jarige vrouw uit Rotterdam, klein, met een kinderlijke uitstraling. Ze is op haar twaalfde gestopt met ontwikkelen. Drie stemmen omringen haar, elk met een eigen karakter, sommige agressief. Een van hen, Eucalypta, schreeuwt vrijwel de hele dag tegen haar. De psychiater weet via de vrouw contact te leggen met Eucalypta. Wat volgt is een van de indrukwekkendste gesprekken die ik ooit op film heb gezien. Je begrijpt alles. Waarom ze schreeuwt, waar de woede vandaan komt, en waarom het eigenlijk heel begrijpelijk is.

Een bijna gepensioneerde man uit het midden van het land. Hij hoort vijf stemmen. Een van hen, Henk, laat zich het best omschrijven als een woedende marktman die vindt dat therapie onzin is en dat je gewoon normaal moet doen. Henk is herkenbaar. Henk is de vader die zegt dat je je moet vermannen. De moeder die doorgaat met koken terwijl ze huilt. Henk is wat een hele naoorlogse generatie leert van ouders die zelf de oorlog inslikken en hun kinderen leren hetzelfde te doen met alles wat pijn doet. Doe gewoon normaal. Hou op met dat gezeur. Het brengt een generatie groot die functioneert en voelt dat functioneren genoeg moet zijn. Henk is die cultuur, ingekapseld in één stem in het hoofd van één man.

Elke stem in deze film is uiteindelijk een antwoord op iets wat een ander mens had moeten geven. Veiligheid, aandacht, ruimte om te voelen, de bevestiging dat je er mag zijn zoals je bent. Wanneer die behoeften structureel onbeantwoord blijven, bouwt het brein zelf een afzender. Een vergadertafel vol stemmen die het sociale leven vervangen dat er nooit is. Een Eucalypta die de bescherming biedt die een volwassene had moeten bieden. Een Henk die verhardt omdat voelen te gevaarlijk is als er niemand is die het opvangt. De vraag die de film stelt is even simpel als ongemakkelijk: als iedere stem een onbeantwoorde behoefte vertegenwoordigt, wat zegt dat dan over de wereld die die behoefte onbeantwoord laat?

Aan het eind van zijn behandeltraject vragen de psychiaters of de man de stemmen nog hoort. Ja, zegt hij, maar heel ver weg. Hij kan ze amper verstaan. Dan vraagt hij of hij nog wel met ze in contact kan blijven. Het klinkt heel gek, zegt hij, maar hij mist ze soms een beetje.

Mijn woord tegen het mijne van Maasja Ooms draait nu in de filmtheaters en is te zien via Picl.nl. Op meerdere locaties worden speciale vertoningen georganiseerd met nagesprekken met psychiater Dirk Corstens en stemmenhoorders uit de film.

Groet, Jeroen.

Door Jeroen Panders