Vorige week bouwde ik in drie dagen een tool die een developer een maand had gekost. Ik vond het geweldig. En ik bouwde door.
Het heet vibe coding: je beschrijft in gewone taal wat je wilt, en AI schrijft de code, test de code, past de code aan op basis van wat je terugzegt. Snel, naadloos, altijd beschikbaar. Andrej Karpathy, voormalig directeur AI bij Tesla, muntte de term begin 2025. Sindsdien is de adoptie zo snel gegaan dat de cijfers er al achteroplopen: bij Google en Microsoft wordt inmiddels dertig procent van alle nieuwe code door AI gegenereerd. Dat is infrastructuur, geen experiment.
Ik heb jarenlang met developers gewerkt en vond dat een van de mooiste samenwerkingen die ik ken. Ik herinner me avonden waarop ik met een developer aan tafel zat en we elkaar probeerden te begrijpen, hij tekende schema's op een whiteboard, ik vertaalde wat ik wilde naar wat hij kon horen, en ergens in dat gesteggel ontstond iets wat we allebei beter vonden dan wat ik had bedacht. Het kostte tijd, het kostte geduld, en het resultaat droeg het handschrift van twee mensen.
Die samenwerking vult de AI nu in. Geen developer nodig, geen weken van afstemming, geen moment waarop je beseft dat je iets verkeerd hebt uitgelegd en opnieuw moet beginnen.
Pakistan is een van de grootste freelancemarkten ter wereld, en dat is het resultaat van een generatie jonge mensen die zag dat coderen meedoen mogelijk maakte aan een economie die ver weg was maar bereikbaar, via een platform en een internetverbinding en iemand die leerde wat jij nodig had. Developers in Karachi en Lahore verdienden vorig jaar meer dan een miljard dollar aan buitenlandse opdrachten, geld dat binnenkwam via Upwork en Fiverr, via platforms die de geografische afstand wegorganiseerden en de enige variabele die overbleef de prijs maakten. Er was een opening en zij namen hem.
Die markt verdwijnt nu, structureel. Upwork verloor in de eerste helft van 2024 tweeëntwintig procent van zijn downloads, Fiverr achttien procent. Academisch onderzoek toont een eenentwintig procent daling in het aantal opdrachten voor coding en schrijfwerk binnen acht maanden na de introductie van nieuwe AI-software. De platforms reageren met AI-integraties en nieuwe categorieën, maar de vraag die ze niet hardop stellen is de meest voor de hand liggende: waarom een freelancer inhuren voor iets wat je opdrachtgever nu zelf in een middag doet.
Ik ben zo'n opdrachtgever. En de opdrachten die ik vroeger uitbesteedde komen niet meer, want ik geef ze aan mezelf.
De discussie in het westen gaat daar nauwelijks over, want ze gaat over aandelenkoersen van SaaS-bedrijven die onder druk staan, over of Cursor de volgende miljardenunicorn wordt, over hoeveel procent van de code bij Google al door AI wordt gegenereerd. Reële vragen, maar de developer in Karachi komt er niet in voor. De westerse tech-industrie bespreekt de productiviteitswinst. Wie de productiviteitsverliezer is staat niet op de agenda.
Dit patroon kennen we. De kosten worden betaald door mensen die ver genoeg weg zijn om niet in beeld te komen, en het gemak is hier. Wat anders is: dit gaat sneller dan alles wat eraan voorafging, en we kunnen niet zeggen dat we het niet wisten. De informatie is er vanaf het begin — de studies, de platformdata, de rapporten over digitale arbeidsmigratie. Ze landen alleen niet, want er is niets dat het gewicht ervan voelbaar maakt. Er is geen gezicht, geen naam, geen factuur. Er is alleen de prompt en de output en het gevoel aan het einde van de dag dat je veel hebt gedaan.
Op die stoel wist ik het wel. Ik dacht eraan, en ik bouwde door.
Volgend jaar zijn er minder developers in Karachi. "Heel de wereld is mijn vaderland," schreef Erasmus. Zij geloofden hem.
Groet, Jeroen.